CHINA - Oeigoers vluchteling terechtgesteld
Autor:
Amnesty International
(
)
Datum:
04/03/2004
De categorie:
Oeigoeren
Na
de aanslagen van 11 september 2001 in de VSA heeft China de druk op de Oeigoerse
gemeenschap opgevoerd door moskeeen te sluiten en de voorstanders van onafhankelijkheid
als "etnische separatisten" of "terroristen" te brandmerken.
De autoriteiten maken echter weinig onderscheid tussen gewelddadig en vreedzaam
protest. China zet ook naburige landen onder druk, zoals Nepal en Pakistan om
de Oeigoeren te repatrieren, ook asielzoekers en vluchtelingen. Amnesty International
gelooft dat deze mensen, die verdacht worden lid te zijn van pro-onafhankelijkheid
groepen, ernstig risico lopen gefolterd, opgesloten of zelfs geexecuteerd te
worden, indien zij gedwongen gerepatrieerd worden naar China.
De Oeigoeren vormen de voornaamste etnische moslimgroep in de autonome regio
Xinjiang (XUAR). In 2002 werden enkelen van hen, Shaheer Ali, Kheyum Whashim
Ali en Abdu Allah Sattar, vanuit Nepal gedwongen gerepatrieerd naar China. Shaheer
Ali zou geexecuteerd zijn nadat hij in maart 2003 ter dood was veroordeeld,
en de vrees is reeel dat de anderen ook het gevaar lopen gefolterd en terechtgesteld
te worden.
De drie mannen waren als vluchteling erkend door het Hoog Commissariaat voor
Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR), nadat zij in 2000 naar Nepal
waren gevlucht. Tijdens zijn verblijf in Nepal gaf Shaheer Ali een interview
op Radio Free Asia, waarin hij een beschrijving gaf van acht maanden foltering
in de Xinjiang Autonome Regio in China, in 1994. Hij vertelde dat hij was geslagen,
elektrische schokken had gekregen en herhaaldelijk bewusteloos was geschopt.
Volgens een rapport op de Chinese website www.tianshan.net
op 21 oktober, werd Shaheer Ali ervan beschuldigd een aantal "terroristische"
organisaties te leiden, waaronder de East Turkistan Islamic Party of Allah (Islamitische
Partij van Oost Turkistan), ook gekend als de East Turkistan Islamic Movement
(ETIM) (Islamitische Beweging van Oost Turkistan). De Chinese autoriteiten houden
vol dat ETIM betrokken was bij een betoging op 5 februari 1997 in Gulja (Yining),
die zij beschreven als een incident van "afranseling, vernieling en plundering".
Volgens rapporten van onafhankelijke ooggetuigen ging het echter om een vreedzame
betoging door de plaatselijke bevolking, voor gelijke behandeling van de Oeigoerse
minderheid. Nadat de eiligheidstroepen op de menigte vuurden om de betogers
uiteen te drijven, liep de betoging uit op geweld. In de nasleep van het gebeurde
werden honderden aangehouden en velen gefolterd.
SCHRIJFeen beleefde brief waarin u de executie, na een geheim proces,
van Shaheer Ali veroordeelt. Uit uw bezorgdheid over de veiligheid van Kheyum
Whashim Ali en Abdu Allah Sattar, vraag garanties dat zij niet gefolterd, mishandeld
of geexecuteerd worden. Stuur een kopie of een Nederlandse brief naar de Ambassadeur,
Z.E. de heer Guan Chengyuan, Tervurenlaan 443-445, 1150 Brussel, fax 02 772
37 45, e-mail: guo-wensong@fmprc.gov.cn
Eventuele antwoorden graag aan Amnesty International bezorgen.
Amnesty International
De schrijfacties van februari 2004
Artikelen op thema:
Peking pakt Oeigoeren onverbiddelijk aan Amnesty International